Hoe het begon…
In 2007, net nadat ik afgestudeerd was en mijn leven voor de gemiddelde toeschouwer toch een puinhoop was, leek het me wel een goed idee om over land naar Pakistan te reizen. Een land wat veelvuldig in het nieuws was en waarbij de beeldvorming mijn nieuwsgierigheid wekte.
Want hoe kan het toch zo zijn dat een héél land inclusief alle inwoners in negatief daglicht neergezet werd? Ik vond dat zo vreemd. In Nederland wonen ook mensen die zich wat minder lekker aanpassen. En hier leven we multicultureel prima met elkaar in veel gevallen.
Helaas was het plannetje niet uitvoerbaar. Een treinrails was ergens in Iran opgeblazen dus dan zou ik te voet verder moeten gaan. Leek me toen nog niet zo tof. De droom belandde in de ijskast
De nieuwsgierigheid bleef en nadat ik naar Afghanistan geweest was, vond ik de tijd rijp voor Pakistan. Misschien wel een beetje onder het mom van ‘Spannender wordt het niet’. Tegen alle rode reisadviezen in zocht ik een lokale organisatie die actieve meerdaagse tochten aanbood. Online zag ik indrukwekkende resultaten van een groep klimmers uit een klein dorpje Shimshal.
De foto’s waren spectaculair en eigenlijk voelde het wel oke. Dus contact gelegd en ik kwam uit op een trektocht van 2,5 weken over de Baltoro Glacier en in de Hushe Vallei.
Het doel was om naar K2 Basecamp en via de Gondogoro-La (pas) naar Hushe te wandelen. Dat het er in Pakistan anders aan toe gaat dan in bijvoorbeeld Nepal werd al snel duidelijk. En waarom mijn hart gestolen werd ook.
Omdat ik vooral solo reis, had ik me voor een groepsreis opgegeven. Ik dacht dat het, juist in zo’n desolate omgeving en gezien de duur wel fijn zou zijn om met groepsgenoten samen op te trekken. Maar in Skardu werd al duidelijk dat ik de enige was. Wel was er een Pakistaanse vrouw uit Lahore die met ons mee wilde. Maar heel eerlijk, dat voelde zo verschrikkelijk niet goed. Ze was actrice, had direct het hoogste woord. Ik besloot dat ik haar er niet bij wilde hebben omdat ik problemen voorzag. Dan maar alleen.
Die nacht werd ik niet lekker. De dag erop zou de jeep al vroeg klaar staan om naar Askoli af te reizen. Maar ik was wat slapjes, en bleef naar de wc gaan. Zou ik iets verkeerd gegeten hebben? Toen was ik nog niet zo handig met het provisorisch medicatiegerommel als 6 jaar later. Dus met ORS en de bekende ‘foie gras-gans-techniek’ gingen we op stap.
Door een klein voorval in Islamabad was ik wat vertwijfeld over de goede intenties van het team. Mede alle berichten over de islam en over onveilige situaties voor vrouwen speelden mee. En aangezien ik hier de enige vrouw was, was ik wel waakzaam. Achteraf gezien had ik gelijk duidelijkheid moeten geven. Want toen ik dat na 11 dagen klimmen zei viel alles voor iedereen op de plek. En dat was gelijk een heel belangrijke, basale les: COMMUNICEER! Maak van je hart geen moordkuil. Het maakt ziek
En dat was ik. Ik kwam in gesprek met een andere groep met vooral Duitse wandelaars. Daar was de gids een Engelse Mountain Nurse en zij vertelde dat inmiddels al 2 deelnemers wegens voedselvergiftiging teruggegaan zijn. De besmetting is in het vliegtuig opgelopen en er gaat een lamp zo groot als een vuurtoren branden. Ik zát met deze mensen in hetzelfde deel van het vliegtuig. We hebben allen hetzelfde gegeten. En ik heb dezelfde klachten.
’s Avonds kwam zij me antibiotica brengen wat na een aantal dagen aansloeg. Waar ik de acclimatisatiedag eigenlijk zou benutten om voor te bereiden op de gletsjerdagen, lag ik nu voor pampus in de tent. Bij iedere beweging was ik eigenlijk al uitgeput. Man man, hoe ga ik dit doen vroeg ik me dan wel eens af. Maar als ik weer ‘leeg’ was, ging het eigenlijk wel. Dus at ik niet meer dan een handje rijst, kom soep en vooral niets wat mijn lijf van streek maakte. En dronk ik wel heel erg veel. Dat was belangrijk.
En toen begon de klim op de gletsjer. Ik was prikkelbaar maar toch soms ook opgewekt. Nu gebeurt er bij mij wel iets boven de 4.000 meter hoogte. Soms emotioneel. Soms het zelfvertrouwen dat door zo’n duiveltje even terecht gezet wordt. Maar ik liep wel door. Het team had het echt best wel zwaar maar ik was eigenlijk letterlijk te leeg om dat te realiseren.
Omdat ik alleen was, had ik wel wat aansluiting bij de andere groepen. En dat was prettig. Vooral toen bleek dat we twee koks hadden die bizar goed sámen een driegangen maaltijd bereidden. Omdat het heel langzaam wat beter ging, besloten we tijdens een acclimatisatiedag bij beide te eten. Ik nodigde hen bij ons uit en zij mij bij hen. Wat was dat goed zeg. En Kaka heeft magische krachten geloof ik. Hij maakt zelfs een aardappel verrukkelijk op 5.000m hoogte. Later bleek dat ook maar weer op Spantik.
De kampdagen zijn enerzijds eentoning, anderszijds geeft die regelmaat rust en stabiliteit. Iedere ochtend vertrekken we op dezelfde wijze, hetzelfde ritueel.
Omdat ik me meer en meer op mijn gemak voelde tussen de mannen werd het ook prettiger. Ik leerde zoveel over de Islam, en dan specifiek de Ismaïl. Een stroming die in Nederland niet voorkomt, maar die heel waardevol is. Ik ga hier geen lezing geven, maar mijn beeld over de Islam is totaal veranderd. We hadden het over levensovertuigingen, filosofische gesprekken tot diep in de avond.
En diep in de avond is dan een uur of 8. We staan iedere ochtend rond 06 uur op en het ochtendritueel duurt 2,5-3 uur. Omdat ik het onprettig vind om als ‘prinsesje’ te wachten tot alles voor mevrouw geregeld is, help ik overal waar mogelijk is bij mee. En gelukkig kreeg ik het voor elkaar dat het hele team in één tent zit. Het eten en praten doen we gezamenlijk.
Dat is redelijk uniek. En dat blijkt ook uit bijvoorbeeld Urdukas-camp. Daar is het niet toegestaan dat de porters in het formele kamp aanwezig zijn. Ik heb wel moeite met die segregatie en gelukkig leggen ze me uit waarom dat zo is. Maar ook dat de jongens bij ons gewoon welkom blijven. Zo ontstaat er een hecht team waarin ik wat woordjes Urdu leer en de jongens wat Engelse woorden. Ik kom er op die manier achter dat de paarden soms uren verderop gebracht worden zodat ze de nacht kunnen grazen. Of dat er een paard eigenzinnig terug naar huis gelopen is. Zoals één van onze dieren.
De manier waarop de dieren hier behandeld worden is ongekend mooi. Om de paar dagen krijgen ze nieuwe ijzertjes. Er geldt maximale last en ze worden heel erg goed gevoerd. Ik heb dat zelfs in Nederland wel anders gezien. Maar ook de jongens zelf zijn keiharde werkers. Waar ik vanuit terugkerende groepen hoor dat de porters staken en de weg naar de Gondogoro-La blokkeren, vraag ik hoe onze jongens het ervaren. Prima. En dat blijkt een paar dagen later ook….
Maar eerst is het de bedoeling om Concordia te bereiken. En over de Baltoro Glacier die steeds verandert qua landschap is dat eigenlijk niet eens heel moeilijk.. Ook hier geldt weer, stap voor stap kom ik verder. En ieder half uur hebben we even een pauze moment. Even zitten want we zitten op bijna 4.600m hoogte en dankzij de voedselvergiftiging kost me dat wat meer energie.
Het blijkt dat de andere teams dit ook doen. En dat is toch ook echt anders hier. Het is zwaarder om alles per tent te doen, kouder dan dat ik in een lodge op een ‘comfortabel’ bed lig. De middelen zijn beperkter en alles is mensenwerk. Er vliegt buiten een aantal militaire helikopters helemaal niets. We hebben de satelliet alleen in hoogste nood bij ons. Daardoor zijn we ook echt op onszelf aangewezen.
Tegelijk voel ik me langzaam wat beter worden. Het ‘dieet’ slaat enigszins aan en het is onvoorstelbaar hoeveel sterker het lijf is als je doorzet. Met gemak, en zonder schaamte had ik om kunnen keren bij Urdukas. Maar ik besloot door te gaan. Omdat de wilskracht sterk is en ik voelde dat ik het aan kon verder te stijgen zolang ik maar genoeg dronk en genoeg rust zou nemen.
En dan is daar het Concordiakamp. Na dagen met -16-20°C in de tent ’s nachts zullen we hier twee nachten verblijven. Hopelijk is dat voldoende voor het herstel zodat we de Gondogoro-La kunnen passeren. Daarnaast hebben we daardoor ook de kans dat de protesten én de sneeuwval voorbij zijn.
En dan staat één van de jongens aan mijn tent als ik ’s middags lig te slapen: ‘Sas, check, K2’ Een beetje slaapdronken doe ik mijn tent open en wat ik zie emotioneert me… Daar staat hij, Oranje-Goud in de zon badend. Zo waanzinnig mooi. Ik blijf staren en besef dan dan ik niets liever wil dan ooit een poging wagen om K2 te beklimmen.
Daarbij besef ik ook dat het een intens zware klus is. Mijn marathon-avontuur is pas net begonnen. Maar iedere gebeurtenis vindt altijd minimaal tweemaal plaats: één keer als wens/droom/plan en één keer ter uitvoering. Of een gebeurtenis vindt plaats en daarna speelt deze in herinnering af.
In dit geval blijft de film zich in mijn gedachten afspelen. Opnieuw en opnieuw.
’s Avonds vieren de andere groepen dat ze het hoogste punt bereikt hebben. Wij nog even niet. Want er staat nog een geweldige klim te wachten! De dag erop vertrekken we namelijk naar Ali Camp om Gondogoro La te passeren. En dat belooft wat… Fysiek ben ik goed opgeknapt. Maar ik ben nog nooit zo hoog geweest. Dan gaat dat stemmetje toch weer de overhand krijgen.
We lopen in alle vroegte de Vigne Glacier af. En één van de mensen uit een ander team had ergens gehoord dat ik iets dat op fysiotherapie lijkt doe. Oefentherapie kent men buiten Nederland niet. Ze vraagt of ik naar haar vriend wil kijken. Ik vraag haar of hij al genoeg gedronken heeft en adviseer in ieder geval nog een liter extra te drinken op deze hoogte. Daarna kijken we verder. Als ik dan achterom kijk zie ik hem als een dronkenman slingeren. Direct alle alarmbellen af.
Ik roep Arshad en we bedenken samen wat wijsheid is omdat de eigen gids het niet weet. Dan blijkt dat hij al dagen eerder veel hoofdpijn had en hoestte. Mijn advies: Direct afdalen, zo snel mogelijk richting Askoli. De gids maakt bezwaar en ik val flink uit. Het gaat hier om een leven van je klant. Wegwezen! Hij schrikt en neemt de man mee. Later blijkt dat dit besluit zijn leven gespaard heeft. Hij is veilig terug in Bulgarije. Wat ben ik opgelucht.
In Ali Camp besluiten we rond 23 uur te gaan klimmen met de mountain guide. Omdat ik de slaap overdag niet kan vinden en gespannen ben, lopen we iets eerder weg. Maar wel als laatste groep. En ja… Het geklaag kan beginnen hoor:
En zo gaat het even door. Arshad zet me stil terwijl we ergens (voor mijn gevoel) halverwege de klim staan: “Draai je om en kijk naar beneden. Je bent de hele tijd aan het klagen. Wat kost dat aan energie? Zie je die lichtjes op de Vigne Glacier?” Ja, die zag ik. “Nou, die heb jij net ongeveer een uur geleden ingehaald. Je bent zo snel dat zij nog niet eens begonnen zijn aan de klim!
Ik weet niet wat ik zie. Ben ik echt al zo ver boven hun? En die andere mensen dan, die ons inhaalden? Dat waren de porters die als springbokken over de bergen rennen. Dat kan je niet vergelijken. Ik klim met meer vertrouwen verder. Niet eens op stijgijzers, zo makkelijk gaat het eigenlijk. En al snel halen we de man die al rond 22 uur vetrokken was in.
Dan, rond 02.30 sta ik op de top van de Gondogoro-La (5.585m). Ik weet niet wat ik meemaak. Ik? Hier? Nu? Hoe dan? Het is toch nog veel verder?? Nee, ik heb in iets meer dan 3.45 uur de top bereikt waar normaal 5-5,5 uur voor staat.
En ik weet me eigenlijk geen houding te geven. Het is nog pikkedonker en van hieruit zouden we normaal een gigantisch mooi zicht op K2, Broad Peak en al die andere reuzen hebben. Dat houd ik me nog een tegoed denk ik maar. En ik wil verder afdalen, maar dat mag nog niet. Omdat niet alle porters al voorbij zijn is het te risicovol.
Dus drinken we bij de andere mountain guides boven in de tent thee gedurende anderhalf uur. Ik voel dat ik moe word en eigenlijk lekker wil gaan slapen dus dring er wel op aan verder te gaan. Na wat overtuiging zetten we inderdaad in het voorzichtige ochtendgloren de afdaling al abseilend in. En dat is spannend. Het is niet eens koud. Maar wel allemaal losliggend puin dat tijdens het abseilend naar beneden kan komen. Omdat ik geen Jumari heb, doen we dat op provisorische wijze waardoor het iets meer tijd kost.
Na een uurtje kijk ik om en wat ik zie is het mooiste berguitzicht dat ik ooit zag. Door de zonsopkomst kleurt de hele vallei paars-roze. En zie ik Laila Peak als alleen van die hele exotische plaatjes. Maar dit is echt!!
Eenmaal beneden vraag ik voorzichtig hoe lang we nog moeten lopen. Arshad zegt dat het nu nog zo’n vier uur wandelen is. En dat slaat in. 4 uur, als in vier??? Ja, dat klopt. Oke, dan wil ik eerst even naar de wc. Tja, dat is dan het eerst waar je aan denkt als je net van een berg af komt. Ik herstel me en wandel. De rest is nog niet in zicht. Maar wij wandelen alweer op de morenen. En komen inderdaad in ons tempo na vier uurtjes aan op een idyllische plek. Uren, uren voordat de rest aan komt. Zij hebben er inderdaad ruim 12 uur over gedaan. En ik bereikte het kamp om 9 uur. Slechts 10 uur na vertrek en met nog geen 9 uur lopen en klimmen. Ik ben er beduusd van. En trots. En best wel moe, al voel ik dat nog niet.
Als ik later wakker word, vertellen de jongens dat ze al rond 04uur ’s ochtends arriveerden. Maar zij vliegen over de bergen. Met voldoening staar ik over het blauwe water naar Laila Peak. Morgen een nieuwe fase in onze tocht
We wandelen de vallei via de Gondogoro Glacier af richting Saicho kamp. Terwijl we wandelen horen we luid bulderend gezang. En tot mijn plezier zie ik een van onze teamleden bijna huppelend over de gletsjer bewegen. Hij zingt de longen uit zijn lijf en ik word daar zo vrolijk van.
Weer zo’n dingetje: Energie is besmettelijk, en ik heb de keuze met wie ik om wil gaan.
We lopen verder en langzaam worden de ijzige rotsen vervangen door weelderig groen. Niet alleen qua kleur, maar ook qua geuren. Ik kom erachter dat hier iets groeit wat heerlijk ruikt en pluk wat. Voor we het weten staan Arshad en ik een plastic tas te vullen. Hoe rustgevend dat kan zijn. Wouw.
Na bijna twee weken van ziek zijn begin ik mezelf weer te worden. En wat voel ik me dan ook schuldig voor dat gedrag. Het was alleen het beste wat ik voor handen had op dat moment. Te ziek om de rem daarop te hebben en mezelf te filteren. Ook dat hoor bij het reizen. En bij de ontwikkeling binnen het bergsporten realiseer ik me.
Als we dan in Saicho Camp aankomen grazen daar schapen en geiten. En gaan we het hoogste punt met alle teamleden vieren. De mensen vanuit de andere groep komen bij me of ik bij wil dragen aan De Geit. Ik schrik er eigenlijk van, want ik eet nauwelijks vlees. En de beestjes zijn harstikke lief (nou… Lief, ze hebben net mijn kruiden opgegeten!). Maar ik zie ook de jongens.
Uiteraard deel ik mee in de kosten en ik zie de Uitverkorene naar het schavot gebracht worden met de hele groep jongens erachteraan. Even later wordt bij ons een prachtige poot gebracht. Ik vraag wat ze ervan gaan maken (mooi gebakken, stoven…): soep. Soep? Ja, Soep.
Na het eten is het groot feest. En misschien wel het mooiste feest dat ik meegemaakt heb. Met alle groepsleden maken we muziek, dansen we samen. Iedereen is gelijkwaardig. Iedereen verstaat elkaar. Iedereen leert elkaar de zang en de dans. We klappen, dansen tot laat in de avond.
En ik weet: dit is leven. Dit is waar ik gelukkig ben. Na meer dan 10 jaar uitstellen ben ik in Pakistan op mijn plek gekomen. Hier, omgeven door de mooiste bergen van de wereld. Waar rauwheid, puurheid maar ook zachtheid samenkomen. Waar teamwerk leidt tot het realiseren van dromen.
De reis die Nederlandse vooroordelen onderuit haalt. Het toont weer eens aan waarom ik graag alleen reis en buiten de gebaande paden.
Wil je deze reis ook maken? Check dan even de facebook pagina van Arshad! Hou er rekening mee dat plannen van de reis belangrijk is. De visumaanvraag kan zomaar weken duren. Daarnaast kunnen het reizigersadvies veranderen
Ben je nieuwsgierig geworden naar de reisorganisatie? Kijk onder meer op de sociale media bij Karakorum Expeditions
