Hoe het begon…
Oke, als je gaat zoeken naar bekende hikes in Nieuw Zeeland, staat de Tongariro Crossing vrijwel altijd in de lijstjes. En inderdaad, de foto’s zijn indrukwekkend. Maar hij is niet altijd geopend door het onstuimige en onvoorspelbare weer.
Dus, wederom via het Department of Conservations houd ik de situatie in de gaten. Helaas zie ik dat de weersverwachting niet goed is om de 21 kilometer lange wandeling te maken op vrijdag zoals de planning was. Wel hadden we 2 dagen een locatie geboekt in het Tongariro NP. Dus dan keren we toch gewoon de planning om? Op vrijdag maken we een korte tocht en op zaterdag, als de voorspelling goed is ga ik alleen op stap. René ziet een 21 kilometer lange tocht op hoog tempo echt niet zitten.
En zo zet René me om 06.30 op het startpunt af waarna hij nog even terug in bed kan kruipen. Ik ben alleen vergeten om een permit te regelen, maar kan dat achteraf ook nog gewoon doen want ik heb geen internet. Prima, en zo vertrek ik om 06.45, nog voor de zon opkomt fris en vol energie.
Ik ben niet de eerste want voor mij zijn al 335 mensen op stap. Ik kijk mijn ogen uit. Wat ís dit voor een toeristische attractie. En dat tempo. Dan snap ik wel dat het een dagtaak wordt. Met René had ik afgesproken dat ik er ongeveer 6-7 uur over zou doen conform het gidsje. Maar dat was toch op een ander tempo gebaseerd bleek al snel.
Binnen een half uurtje had ik tientallen mensen ingehaald terwijl ik foto’s maakte en lekker om me heen kon kijken. Een enkeling riep me na dat ‘ik met dit tempo de eindstreep echt niet haal’. Ik dacht er het mijne van. Leef en laat leven. En oordeel vooral niet over de inhoud als je alleen de kaft ziet.
Toch zaait het enige twijfel. Het is mijn eerste lange loop na de enkelblessure en vragen doemen op. ‘Stel nou dat ik straks op een pad zonder planken kom, houdt die enkel het dan?’ ‘Wat doet scree als dat er is’… Wat als, wat als..
Maar stel nou dat er geen Wat Als is? Dan heb ik me druk gemaakt om niets. En dat is zonde van de energie die ik ook aan deze prachtige omgeving kan schenken. Dan kan ik terugkijken op een prachtige dag vol indrukken onder weergaloze omstandigheden. Namelijk strakblauwe hemel, weinig wind en een unieke omgeving.
Die gedachten bevalt me beter en ik ga weer lekker mijn eigen gang.
Zo loop ik de zon tegemoet terwijl op regelmatige afstand een bord staat met waarschuwingen: ‘Voel je je hier moe, merk je dat je conditie achterblijft? Keer dan om’. Niets van dat alles is het geval, dus ik hobbel lekker door
Het eenvoudige vals plat door de Mangatapopo-vallei gaat over in een leuk klimmetje. Letterlijk de zon tegemoet. Want als ik bijna boven ben, piekt de zon oogverblindend boven de bergkamp uit. De jas kan uit en, weliswaar een beetje kortademig, loop ik stevig door.
Ik ben helemaal in mijn element en weet dat ik met mijn gedachten energie krijg om het tempo vast te houden. Daarnaast heb ik van die grappige mantra’s die zich blijven herhalen. Dat kan variëren van tellen, tot een zinnetje dat het goed gaat, dat ik er bijna ben.
Nu ben ik er voorlopig nog niet, maar ik heb het helemaal naar mijn zin. En als ik merk dat ik al bijna op een kwart zit in een uurtje tijd besef ik dat zonder bereik van mijn telefoon én in dit tempo ik een uur of twee, drie bij het einde kan wachten. Dus ik besluit dat ik tot het hoogste punt volledig doorknal op dit tempo, maar de afdaling rustig aan doe.
Met René had ik afgesproken dat hij vanaf een uur of 12 vanaf het einde de track gaat lopen. Zo kan hij ook een 10 kilometer lopen. Maar dat het anders loopt blijkt al snel
Gestaag loop ik door tot het punt waarvan de keukengenote gisteren zei dat het hier zo hard waaide dat ze het kruipend gepasseerd is. En ik kan het me volledig voorstellen op dit zadel. Het waait er in tegenstelling tot de eerste 7 kilometer stevig. Wat ook betekent dat het er wat stoffig is. Maar het uitzicht is fenomenaal met de diepte van de Rode Krater aan mijn rechterzijde en ‘Mount Doom’ (Mount Ngauruhoe) achter me. Vanaf hier krijg ik ook nog eens voor me het uitzicht over de mooiste helblauwe meren die ik me kan voorstellen, de Ngā Rotopounamu-Emerald-meren. Door het rode gesteente lijken ze nog blauwer.
En daar mag ik dan ook naar toe afdalen. Wat betekent: skiënd van het scree af. Ik zie anderen worstelen en geef hen wat adviezen. Al snel zie ik een hele club mensen naar beneden rutschen. Kicken is dit! Even wat foto’s maken en zo raak ik aan de praat met een groep jongens en hun vader.
Vader is dolenthousiast over mijn blijheid op de berg. Hij heeft dit ook zo ervaren en hoopt zijn zoon dit over te brengen. Maar die jongen is wat minder blij. Zijn vrienden daarentegen genieten met volle teugen. We besluiten na een korte pauze om samen verder af te dalen. Ik leg uit dat ik iets te snel ben waardoor ik anders toch uren beneden wacht en dit is wel leuk zo.
Zo wandelen we nog even naar het grootste meer, waar het stoom uit de rotsen komt. En toch is het water ijskoud. Bijzonder zeg. Vader vertelt honderduit over zijn bergervaringen en ik geniet van de verhalen van alle mannen. Dit is zo’n voordeel van solo bewegen, je vizier staat open voor toevallige ontmoetingen en de wegen scheiden zich ook weer eenvoudig.
We passen het tempo aan de zoon aan en daardoor kom ik, weliswaar 2 uur eerder dan gepland, keurig op tijd aan bij het eindpunt.
Wat ik me tijdens deze wandeling zo mooi realiseer is dat ik hou van de uitdaging die ik met mezelf aan wil gaan. Tegelijk zet ik ruime marges neer omdat ik dan toch wat aan mezelf twijfel. Blijkbaar wil ik niet onder de lat doorschuiven maar er met enig gemak gewoon lekker de eindstreep halen.
En dan, als ik daadwerkelijk onderweg ben, ga ik op gevoel toch de grenzen opzoeken. En blijkt dat ik toch echt veel meer kan dan van tevoren gedacht. Dat leidt ertoe dat ik uitdagingen voor mezelf kan stellen die soms misschien onrealistisch lijken. Terwijl ik weet: een olifant eet je in hapjes. Want eigenlijk is het enige dat ik hier deed mijn voeten wat sneller voor elkaar zetten dan anderen dat doen.
En niemand kan aan de buitenkant zien wat je in je mars hebt. Ook bij mij niet. We refereren vanuit ons eigen kader. Stellen onszelf als ‘de norm’. Ik vind bijvoorbeeld 4.5 uur voor een marathon een keurige tijd. Maar een ander komt er het bed niet voor uit, terwijl weer een ander daar de tong voor op de hielen heeft zitten.
En zo ervaar ik deze track ook. Een eenvoudige, 21 kilometer route als fijne training. Met uiteraard een pittige klim maar met fantastische beloning op de top. Uiteraard speelden de fantastische weerstomstandigheden ook mee. Maar waar het me echt om gaat, is dat we ons eigen kunnen best op waarde mogen inschatten.
Dat betekent dat je jezelf absoluut niet mag overschatten. Ter illustratie: wil je een bergtocht gaan maken zonder noemenswaardige ervaring? Ga dan vooral niet onbezonnen op stap. Ik zag hier ook mensen op gewone gympies lopen dat ik dacht: niet handig, lees je even in. Mensen op sandalen. En dan met een puinhelling in het verschiet. Dat is vragen om problemen.
Of zonder voldoende eten en drinken een tocht maken is gewoon oerstom. Geen toiletpapier meenemen is iets minder stom, maar zorgt voor benaderde situaties in hoge nood. Daarnaast begin je met de eerste stappen op een tochtje van een kilometer of 5, 10 op de gebaande paden. Ongeacht de conditie. We zijn niet allemaal experts geworden tijdens de eerste stapjes op een nieuw (sport)terrein.
Zo houden we onszelf veilig. Maar, veel belangrijker, de sport aantrekkelijk. Want bergwandelen ís een sport. Een rondje door het park is ontspanning. Wandelen in de bergen brengt risico’s met zich mee. En hoe meer ervaren, des te kleiner de risico’s.
