2024 - Antarctica Ice Marathon

Hoe het begon

2023

Na Patagonië had ik zoveel energie over. Ondanks de twijfels wilde ik graag toch nog een lange afstand lopen. Maar wat, en waar… Dan rond 27 december zie ik op Facebook een advertentie van een marathon op het vaste land van Antarctica voorbij komen. Union Glacier Camp is naast een onderzoeksstation het dichtsbijzijnde camp bij de geografische Zuidpool. Een plek die alleen per ski’s bereikbaar is. 

Maar, wat een geld. En de twijfel slaat toe. Dan stellen mijn zusje en ik elkaar 3 vragen: 

  1. Heb ik de fysieke capaciteiten
  2. Heb ik het geld
  3. Heb ik de motivatie

Als alles ‘JA’ is, gewoon doen. En zo geschiedde. Op 30 december 2023 schreef ik me in om naar Antarctica te gaan

Het hele jaar 2024 kenmerkte zich door reuring. Veranderingen van en op werk, veel stress en spanning deden me niet veel goed, getuige het verhaal op Spantik. Daarnaast durfde ik niet wereldkundig te maken dat ik naar Antarctica ging omdat ik zo moe van de discussies, vragen en oordelen was. Ja, het is veel meer geld dan dat ik voor de Marathon van Amsterdam betaal. Ja, ik hou van buiten de gebaande paden. Steeds weer de WÁÁRÓM?? moeten beantwoorden, mezelf moeten verantwoorden. 

Dus ik hield me stil. Tot ik met Rene ergens begin november aan het wandelen was en hij verbaasd over mijn motivatie was het stil te houden: ‘Doe normaal Sas! Je weet dat velen zouden doen wat jij graag wilt. Loop je eigen pad en fc it wat anderen denken, vinden of moeten zeggen.

Het deed me realiseren: 

Ik Leef MIJN leven. Laat mij mijn eigen gang maar gaan

Dus was het de bedoeling dat ik 6 december met mijn twee Nederlandse reisgenoten naar Chili zou vliegen. Dat liep anders. Want na 2,5 uur stonden we weer bij de gate. 

Twee dagen later deden we poging 2 en op 9 december kwamen we eindelijk in Punta Arenas (Patagonië) aan. 

Daar kwamen we achter een bijzonder toeval. Weet je nog dat ik tijdens mijn Patagonië Marathon met een man samen op liep? Nu lopen we samen op Antarctica! Hoeveel toeval kan er bestaan in de wereld? 

Reizen naar Antarctica betekent veel hygiëne. Al onze bagage wordt onderzocht op verboden middelen. We stappen door twee desinfectiebakken en mogen dan pas het vliegtuig in

In het vliegtuig, dat ook materiaal voor de stations, voedsel meeneemt en afval terugvliegt (daarover straks meer) geldt geen standaard procedure. Voor de landing worden we opgeroepen ons om te kleden. Tijdens de briefing kregen we kledinginstructies. Maar ook zon-maatregelen. Dus met een wit hoofd van de Zinkzalf en dik ingepakt stap ik naar buiten. Het waait flink en is ijzig koud. Ik ben maar wat blij met mijn expeditiekleding!

De koude lucht slaat direct op de longen. En omdat ik in de afgelopen nachten slechts 4-5 uurtjes per nacht geslapen heb speelt dat ook wel mee vermoed ik. 

Wat ik dan nog niet weet, is dat we een hele lange avond tegemoet gaan. Na de aankomst rond 16 uur zien we in welke tent we slapen. Ik deel mijn tent met de Mexicaanse Karime. En dat is een goede match. In de tent dan…

Daarna staat de avond in het teken van diner (je kunt het nauwelijks bedenken of het is er), briefing en… Een testrondje

Dat testrondje is er gelukkig niet voor niets. Omdat het -19°C is, trek ik 2 laagjes aan en een dikke muts. Maar dat is werkelijk veel te warm. 

De sneeuw is mul, ik zak diep weg en besef: als dit de voorbode voor morgen is, dan wordt dat 42 kilometer afzien. Ik herinner me de woorden die ik mezelf steeds herhaal: gewoon ene voet voor de ander. En de spookbeelden heb je niets aan. NU. Het gaat om NU.

Ik besluit voor morgen om één laag te dragen, en vanwege de wind een windbreker-bodywarmer. Wel draag ik mijn sneeuwmasker tegen de ijzige lucht. Zo is de ingeademde lucht íets warmer. 

13 December: Race Dag

Na wederom een zeer korte nacht – het wordt niet donker dus alle besef van tijd is weg – kllinkt rond 10 uur het startschot. Ik start zoals gewoonlijk achteraan en het ontdoen van de laagjes bleek een gouden greep. 

De eerste kilometers gaan eigenlijk gewoon lekker. En dan draai ik de eerste bocht om en overvalt me de uitgestrekte, ongekende lege vlakte me. Waar ik kijk, hoever ik kijk. Ik zie alleen maar ijs die genadeloos door de zon beschenen wordt. 

Wat is dit uitzichtloos mooi. Als ik het in me opgenomen heb, loop ik verder. Op naar het eerste toilet-/verversingspunt. 

Tijdens de briefing kregen we te horen dat we NIETS mochten achterlaten. Geen sputum of snot. En ook een toiletbezoek gaat gescheiden. Nummer 1 en 2 doe je op 2 verschillende wc’s. En dat is even een rare gewaarwording. 

Na 18 km voel ik mijn wang niet meer. Het is een raar gevoel en hij is hard. Als ik het 21.1km punt passeer ziet iemand dat en ik krijg de opdracht om met mijn hoofd in de zon te blijven staan tot ik ‘ontdooid’ ben. Dat duurt gelukkig met wat warme thee ertegenaan niet lang. En hup weer verder. 

Na drie rondes, ik zit op ruim 31 kilometer komt het besef keihard door: Ik hoef mij niet meer te bewijzen. kijk naar waar ik loop. Ik doe het gewoon! Dat gevoel is zo ongelofelijk goed en geeft me een nieuwe energiekick. De woorden van René galmen weer door: Ik doe wat ik doe en de rest praat maar. 

Natuurlijk zal het wel eens terugkomen dat ik me druk maak over wat anderen vinden, denken of moeten delen. Maar: Wat je vindt mag je houden. Zo ook je mening als daar niet om gevraagd wordt. 

Meegever: Wat je vindt mag je houden. Zo ook je mening

Ik kom uiteindelijk iets meer dan 5 uur later over de finish. En als ik geweten had dat ik door kon lopen, had ik de 50 kilometer ook makkelijk gered. Het was zo gaaf. Zo soepel. 

Alleen is mijn huid wel geteisterd. Er zitten een aantal blaren op mijn gezicht en mijn neus is gehavend. Maar hallo! Dit was goud!! In de mess-tent is het groot feest. En eindelijk kan ik mijn blikje IJslandse sinas opdrinken. Eén van de beloningen van deze race. En dat terwijl ik nooit frisdrank drink.

Die andere beloning is een warme douche van één minuut. Heerlijk. ’s Avonds kunnen Karime en ik niet slapen en we praten tot diep in de nacht door. Als zij ’s ochtends druk aan het schuivelen is met haar tas vraag ik wat ze doet. ‘Nou, ik weet niet hoor, maar we moeten zo eten’. Ja dat klopt. Maar pas om 08 uur. het is nu 04 uur. Zij wist zeker dat het al bijna 07 uur was. Dan blijkt dat de GPS op hol geslagen is en ze in een heel andere tijdzonde leeft. We gieren het uit van het lachen onder het genot van lauwe thee en heel veel koekjes en chocolade. 

Na een goed ontbijt, weer veel verhalen is het wachten op vertrek. We besluiten de mountainbike te pakken en wat te gaan fietsen. Omdat we op de gletsjer zitten mogen we niet uit het zicht van het kamp bewegen. 

Veiligheid boven alles en we crossen heen en weer. Wie kan bedenken dat je op een mountainbike over de gletsjer op Antarctica scheurt? Dat zou hetzelfde zijn als met een zwemvest op spikes hardlopen. Ondenkbaar. Of toch niet….