Hoe het begon
Regelmatig zoek ik naar mooie plaatsen op de wereld. En zo ook naar de mooiste loopjes ter wereld. Nadat ik op Antarctica gelopen had en die 7 continenten dichterbij kwamen wilde ik niet zo’n standaard stadsmarathon zoals New York lopen. En voor een ieder die daar loopt neem ik mijn pet af. Maar voor mij is het teveel drukte, teveel beton, te weinig natuur. Juist in de wildernis kom ik volledig tot ontspanning ondanks 42,195km hardlopend afleggen niet echt ontspannen klinkt.
Ik heb werkelijk geen idee waar ik die naam vandaan heb. En eerlijk gezegd had ik nog nooit van de plaats gehoord. Vraag je een willekeurig persoon hier waar Moab ligt, dan kom je misschien in Afrika of New Zealand uit. Maar nee het ligt in Utah, precies tussen Arches en Canyonlands National Park in. Op de site zag ik enorm uitdagende foto’s en ik wist het: Daar wil ik lopen.
Dus ik stel mijn nieuwe fantastische idee aan René voor. Hij is, in tegenstelling tot eerdere ideeën gelijk enthousiast: ‘USA! Ja graag!’ De hele roadtrip zal ik bij de USA-Roadtrip pagina delen. Hier beperkt ik me tot de marathon die ik afsluitend van deze unieke roadtrip loop.
Ik boek direct een hotel op loopafstand van het pick-up-punt van de pendelbus maar realiseer me helaas één ding niet. Namelijk dat het één groot herrie-ding is. Dat is niet echt bevorderlijk voor de voorbereiding in Moab.
Tegelijk weer eens een les: Niet druk maken over wat ik niet kan veranderen. Iets met hetgeen binnen of buiten mijn cirkel van invloed ligt.
De voorbereiding ter plekke is ook niet optimaal. Omdat we eind oktober-begin november de reis starten is het wildleven in voorbereiding op de winterslaap of aan het einde van de bronsttijd. Dit betekent dat beren hongerig naar hun laatste voedsel zoeken en elanden agressief hitsig rondwandelen. Alleen op pad gaan is geen optie. En René kan geen lange afstanden hardlopen. Dus zit er niets anders op dan een aantal dagen een paar uur te wandelen.
Ik heb voorafgaand aan de race dan ook drie weken niet hardgelopen. Toch voelen de beentjes goed en ben ik ondanks de korte nachten goed uitgerust.
(wil je het hele verhaal overslaan maar het finishfilmpje kijken, scroll dan gelijk naar beneden)
In alle vroegte sta ik paraat. Als ik het zo eens navraag ben ik de enige buitenlander en de lopers vinden het machtig interessant om iemand uit Nederland (Waar ligt dat? Oh, in Europa!’ ‘Is dat de hoofdstad van Germany?’) tegen te komen.
Op de startlocatie branden kampvuren om ons warm te houden. Er zijn voor de grap eens ruimschoots genoeg wc’s. Deze organisatie begrijpt het. Ik start in vak 6 en we zijn de ‘hekkensluiters van de hekkensluiters’.
Op zich een mooie geuzennaam, maar dat betekent dat we wel tempo moeten maken om binnen de harde cut-offtijd op het 35kilometerpunt moeten komen. Ik heb die altijd nog gehaald, dus maak me eigenlijk weinig zorgen. Ik maak alleen een kleine misrekening dat de cut-off op het 21,1km punt is want had die 35 nét niet gehoord.
Ignorance is bliss is in dit geval heel erg fijn. En ik loop gelijk met een grote glimlach van trots als allerlaatste hekkensluiter. Hekkensluiter van de hekkensluiters van de hekkensluiters. Wel ben ik continue aan het rekenen. Om binnen de 7 uur te kunnen finishen móet ik 10min/km blijven lopen, inclusief pauzes.
En daar houd ik me dan ook aan. De eerste 5 kilometer gaan in een heerlijk tempo. Het is nog redelijk vlak maar wel volop zwoegen door het zand heen. Gelukkig volgen de boulders (grote rotsblokken) al snel en wordt het klauteren geblazen. Dan kan ik weer een mooi stuk hardlopen. Ik heb inmiddels al een aantal mensen ingehaald maar weet van Montafon ook dat je zo zelf weer ingehaald wordt.
Als na 5km het eerste verversingspunt in zicht komt ben ik bijna blij. Wouw, nu al?? Ik zit ruim boven de 8km/u en ik ben dik tevreden. Voor mij zie ik echter twee meiden hoog in adem, boven hun tempo uit lopen. Het blijkt hun eerste marathon en ze maken zich druk over de cut-off. Joh, die haal je wel als je nu al hier bent en op 10min/km gemiddeld blijft zitten. Ze hebben er geen boodschap aan en spurten me voorbij.
Die kom ik nog wel tegen denk ik. Lekker laten gaan. Dat brengt me tot de meegever:
Ik leer graag van ervaren ‘vakidioten’. En tijdens zo’n marathon in deze omgeving, waar ik úren lang geen andere ziel tegenkom, kan ik heerlijk mijn gedachten de vrije loop laten. Soms zing ik mijn liedjes. Soms borrelen de mooiste ideeën op en komt alles tezamen.
En net als met gedachten die zich snel afwisselen, ontstaat ook na iedere bocht een geheel ander landschap. Zoals ik op Antarctica overvallen werd door de onbeschrijfelijke witte wijdsheid na een bocht, riepen hier de hoge rotsen, de gigantische ravijnen langs de route en plots een oase van groen een warm gevoel op.
We kruipen door een gat in de rots door om daar een tag te halen bij het checkpoint. Iedere loper is opgewekt, iedere loper heeft zoveel plezier. Het is zo anders als tijdens een wegmarathon waar het veel meer ieder-voor-zich is en mensen boos worden omdat je aan de ‘verkeerde kant van de weg loopt’. Nee, hier helpt men elkaar.
Bij de post op ongeveer 10 mile vertelt de man me vrolijk dat ik helemaal naar dat uiterste puntje ga: ‘De Klim des Doods’ noemt hij het. ‘You’ll die up there’ zegt hij bloedserieus. Gelukkig ben ik wel gewend om oneindig lang te moeten klimmen in de brandende zon. En ik begin gestaag met lopen. Mijn gemiddelde tempo neemt wel flink af. Maar ik loop nog steeds zo’n 12,5 min/km. Dus 4km/u. Op bijna 2.000m hoogte én met dit stijgingspercentage is dat niet verkeerd. In mijn ooghoek zie ik niemand komen en besef: ik loop gewoon uit op de rest.
Zo loop ik naar de grond starend door. En weer blijkt het een waarheid als een koe te zijn dat je door gewoon de ene voet voor de andere te zetten steeds een stapje dichter bij de finish komt.
Wel kan ik zeggen dat je af en toe ook echt naar VOREN moet kijken. Gelukkig doe ik dit nét op tijd. Ik loop namelijk door, en door. En door. En kijk op en sta op nog geen meter van deze afgrond vandaan. Een ravijn van een paar honderd meter diepte gaapt me aan. Ik zie ook geen lintjes meer en lach in mezelf: was ik toch mooi van het padje zonder het te beseffen…
Ik zet het weer op het hardlopen en dat ziet er nogal grappig uit. Om mijn balans te houden houd ik mijn armen wijd uit elkaar. Als een eendenkuiken dat vliegles krijgt huppel ik over het rotsachtige terrein.
Onderweg passeer ik mondjesmaat andere lopers en sommigen strompelen echt vooruit. Hoe is dat toch mogelijk? Bij het volgende punt vraag ik hoe dat toch kan. De EHBO’er kijkt me enigszins verbaasd aan: ‘Heb je het terrein gezien (ja, ik loop er nu zo’n 3 uur doorheen), nou, dit is next level my dear’. Iedereen die ik spreek heeft het over een marathon van de buitencategorie. Vanwege de brandende zon, de warmte, stof en het gevaarlijke terrein.
Omdat ik wat lang heb staan praten en vooral heb staan lachen met de mensen bij het station moet ik toch meer vaart maken. Nog steeds ben ik geen cut-off punt tegengekomen. En ik denk dat ze er nog niet stonden toen ik langskwam. Want dat halve marathonpunt ben ik al bij de oase gepasseerd.
Dan loop ik toch maar weer eens verkeerd, en ik zie dat iemand mij volgt. Gelijk weer een lesje:
Terug op de route ben ik even verward. Ik zie een enorm smalle rotsspleet en verder geen enkel vlaggetje meer. Dan móet ik hier dus doorheen. Maar. Hoe? Daar pas ik toch niet doorheen? Ik wil namelijk niet zeggen dat ik heel erg breed ben, maar het heeft zijn grenzen.
En dan blijkt dat ik mezelf onderschat heb. Want ik pas er prima zijwaarts door. Wéér zo’n les: Denk in mogelijkheden en vanuit meerdere perspectieven.
Zo loop ik heerlijk door en de kilometers verstrijken onder mijn voeten. Geen enkel moment heb ik een greintje pijn, vermoeidheid of ben ik er klaar mee. Nee, ik krijg met de kilometer meer energie. En ben gretig aan het genieten. Zoals het liedje al zegt: ‘Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht’.
Na de zoveelste zoektocht naar een lintje zie ik drie jonge jongens opdoemen. Ik vraag me af waarom ze daar staan en al snel wordt me duidelijk: CUT-OFF point! Daar is hij dan. Ze feliciteren me. Ik heb nog ruim de tijd, 45 minuten voor de limiet. Wouw. Nog blijer. Ik hoef nog maar een kilometer of 9. En dus ga ik snel weer verder.
Dan kom ik op het punt dat ik wél heel erg graag een verversingspost zie. Want mijn water is op. Oeps. Nu kan ik me druk maken, of gewoon doorlopen en mindset aanpassen tot er water is. Het is zo leuk om daarmee te spelen want inderdaad, een kwartier later staat de post daar mét een jerrycan water.
Een mens is tot veel meer in staat dan we zelf denken. Maar wel met ingecalculeerde wijsheid. Men noemt me wel eens een dwaas omdat ik dit doe. Of knettergek om naar 6.000 te klimmen. Maar het ligt toch aan ervaring, getraindheid, kennis, vaardigheden…
Eigenlijk alles wat ik als behulpzaam in mijn rugzak meedraag maakt dat ik de afweging kan maken of ik iets wel of niet veilig kan doen. En dat geldt voor een ieder. De expert neemt geen risico’s maar weloverwogen besluiten.
En hoe groter de kunde, des te kleiner het risico.
Met die les komt ook het eind van deze FANTASTISCHE marathon in zicht. En daarmee het besef dat René er weer is. Ik loop weer door het metershoge groen. En daar zie én hoor ik rene vooral aanmoedigen.
Ik klim die ladder op en WOUW wat een gejuich. Ik hoor de speaker mijn naam roepen en met die prachtige Nederlandse vlag loop ik mijn vijfde continent uit!
